Anti-decubitus matrassen

Anti-decubitus matrassen

Wat is het verschil tussen een drukverlagend matras en een Anti-decubitus matras?
In de regel is een anti-decubitus matras een drukverlagend matras. Er zijn in principe 2 verschillende soorten Anti-decubitus matrassen: een decubitus preventie en een echt anti-decubitus matras dat meestal een drukwisselmatras is. Daarbij is een echt  anti-decubitus matras altijd medisch gekwalificeerd.

Waarom een Anti-decubitus matras?
Anti-decubitus matrassen zijn bedoeld om doorligwonden te voorkomen. Is er al sprake van een doorligwond dan kan er beter met een drukwisselmatras gewerkt worden.

De aanvraag van een Anti-decubitus matras
Als u een medische indicatie heeft van de arts die u behandelt dan kunt u bij een erkend leverancier van medische matrassen een anti-decubitus matras bestellen welke dan vergoed wordt door uw zorgverzekeraar. Wel is het verstandig eerst contact met uw zorgverzekeraar op te nemen aangezien de meeste zorgverzekeraars afspraken hebben gemaakt met een enkele leverancier.

De vergoeding voor een Anti-decubitus matras
Bij een medische indicatie, bijvoorbeeld als er al een doorligwond is ontstaan, komt u in aanmerking voor een vergoeding op een anti-decubitus matras.

Een Anti-decubitus matras huren of kopen.
In de regel heeft een patiënt slechts tijdelijk een Anti-decubitus matras nodig waardoor kopen meestal niet nodig is. Men kan dan veel beter een anti-decubitus matras huren bij een erkend bedrijf die medisch gekwalificeerde matrassen verhuurd..

Hoe lang gaan Anti-decubitus matrassen mee?
Een Anti-decubitus matras gaat in de regel lang mee. De levensduur en kwaliteit is echter afhankelijk van de materialen waar het Anti-decubitus matras van gemaakt is.

Medische matrassen tegen doorliggen (decubitus)
Wat is decubitus en hoe decubitus te voorkomen?
Decubitus is de medische term voor doorliggen. Decubitus is een ernstige beschadiging van de huid van een te hoge druk op- en verminderde doorbloeding in een huidgebied. Decubitus is een veel voorkomende complicatie bij mensen die langdurig te bed liggen of om een andere reden in het ziekenhuis of verpleegtehuis zijn opgenomen. Decubitus is een zeer ernstige, in sommige gevallen zelfs levensbedreigende complicatie, van ziekenhuisopnames. Een doorlig- of doorzitwond ontstaat door druk- of schuifkrachten en verminderde doorbloeding. Deze krachten beschadigen de huid en het onderliggende weefsel. Decubitus ontstaat meestal al in de eerste 2 weken van de ziekenhuisopname.

Hoe is decubitus te voorkomen?
In de meeste ziekenhuizen en verpleegtehuizen wordt tegenwoordig door middel van matrassen extra aandacht besteed om decubitus te voorkomen. Ondanks dat er extra opgelet wordt blijft decubitus een enorm probleem en blijkt vaak achteraf dat het toch voorkomen had kunnen worden. Decubitus voorkomen doet men meestal door de patiënt veel te laten bewegen en zo vaak mogelijk een andere lig houding te laten aannemen. Ter voorkoming van Decubitus is het matras absoluut van belang. Hoe minder druk het matras geeft hoe beter. De matrassen die tegenwoordig veel gebruikt worden zijn traagschuim matrassen met medisch gekwalificeerde schuimen met een densiteit van 50 kg. Deze traagschuim matrassen worden ook wel anti-decubitus matrassen genoemd. Het is belangrijk dat de patiënt tijdig op een dergelijk (traagschuim) matras komt te liggen want als er eenmaal decubitus is opgetreden is kan het heel lastig zijn weer van deze doorligplekken af te komen. De specifieke eigenschappen van een dergelijk anti-decubitus matras of traagschuimmatras zijn dat dit type matras de druk op het wondgebied opheffen en een gelijk matige druk verdeling bewerkstellen.

Hoe ontstaat decubitus?
Decubitus treedt meestal op in situaties waarin men langdurige bedrust moeten houden of om andere redenen lang in een houding moeten blijven liggen of zitten. Meestal is decubitus het een gevolg van een te hard matras of een matras dat het lichaamsgewicht niet goed genoeg verdeeld. Doorligwonden treden meestal op waar de huid over een relatief naar buiten stekend deel van het bottenstelsel ligt. Bij langdurige overdruk van de huid tussen het bot en het matras ontstaat zuurstoftekort in de huid en het onderhuidse bindweefsel. Als deze toestand langer aanhoudt dood het het weefsel: dit noemt men necrose.
Het dode huidweefsel en onderliggende bindweefsel verdwijnt en een ernstige wond is het gevolg. Een dergelijke wond wordt een ulcus (zweer) genoemd.
De meest bekende decubitus plekken zijn de stuit en de hielen van de voeten.

Waar kan decubitus ontstaan?
Decubitus komt voor op zogenaamde risicoplaatsen van het lichaam. Decubitus plekken kunnen op het gehele lichaam ontstaan, maar ontstaan met name op die plaatsen waar het bot zich dicht onder de huid bevindt, zoals bijvoorbeeld bij de hielen, het staartbeen en de heupen. De kans op decubitus is dus het grootst op plaatsen waar het bot dicht onder het oppervlak ligt. Bij ernstig zieke kinderen en bij kinderen die moeilijk of niet kunnen bewegen bestaat het gevaar voor decubitus vooral ter hoogte van het achterhoofd.

Mogelijke decubitus plekken

Traagschuimmatrassen
Traagschuimmatrassen, ook wel medische matrassen of anti decubitus matrassen genoemd, kunnen er voor zorgen dat de doorbloeding niet wordt afgekneld en de bloedtoevoer onbelemmerd naar het weefsel kan vloeien. Doordat de druk verspreid word op een dergelijk traagschuim matras blijft de doorbloeding goed en komt er lucht bij de huid. Een anti-decubitus matras gemaakt van traagschuim reageert op temperatuur door zachter te worden waar het materiaal het warmst, dus op die plaatsen waar de meeste druk is, wordt wat zorgt voor meer en een betere gewichtsverdeling. Doordat het contactoppervlak groter is wordt het gewicht van de patiënt beter verdeeld en ontstaan er minder zogenaamde overdruk punten.
Recente medische studies omtrent matrassen hebben aangetoond hoe belangrijk een goed matras is voor een gezonde en natuurlijke houding van het lichaam gedurende de nacht en het belang ter voorkoming van decubitus.
Traagschuimmatrassen ontlasten veel meer druk dan een traditioneel matras. Dit is vooral van belang voor de gevoelige delen van het lichaam, zoals schouders, heup, stuitbeen, kniegewricht, en hielen, ’s nachts wisselt de mens hierdoor ongeveer vier keer minder van slaappositie en ontwaakt beter uitgerust en meer ontspannen.

Belangrijke eigenschappen van Medische gekwalificeerd schuim zijn de dichtheid (densiteit), de hardheid/zachtheid, de veerkracht, de conformiteit en de duurzaamheid!

De dichtheid,
De densiteit of het soortelijk gewicht wordt uitgedrukt in het gewicht van het schuim in kg/m3 en geeft aan hoe zwaar een blok schuim weegt van 1×1x1 m.
De dichtheid geeft een indicatie om schuimen te onderscheiden, de andere eigenschappen hangen er grotendeels van af. De dichtheid van het schuim wordt meestal als densiteit (Density)uitgelegd en is voor matrassen in de medische sector voor traagschuim 50 Kg. Bij een hogere densiteit neemt het ademt vermogen af en, heel belangrijk, neemt de kans op een vochtig klimaat toe wat absoluut niet goed is bij voorkoming van decubitus.

De hardheid
De hardheid/zachtheid (stramheid) is een belangrijke eigenschap van PU schuim. Het is bijvoorbeeld voor matrassen belangrijk dat het schuim het lichaam volledig ondersteunt en het gewicht verdeeld.
Een te zacht schuim biedt niet de gewenste ondersteuning terwijl een hard schuim geen enkel gevoel van comfort biedt en juist voor puntdruk zorgt.
Ook speelt de dikte van het schuim een belangrijke rol en dit heeft veel invloed op het comfort. De combinatie tussen hardheid en dikte van het schuim enerzijds en de onderbouw anderzijds hebben een wezenlijk belang en veranderd het comfort.
De hardheid wordt in laboratoria gemeten en moet continue zijn. Deze continuïteit wordt ook wel tolerantie waarde genoemd. Deze continuïteit wordt bij medisch gekwalificeerd schuim gegarandeerd. Verschillende hardheidsgraden zijn te leveren om het hoogst mogelijke comfort te kunnen bieden.

De veerkracht
Deze draagt in grote mate bij tot het comfort en wordt vaak in procenten uitgedrukt. De veerkracht is bij koudschuim het grootst en word in HR waarde uitgedrukt. Hoe hoger de HR waarde hoe veerkrachtiger het schuim is.
Om de veerkracht te bepalen laat men een stalen knikker vallen op het schuim en meet daarbij hoe hoog de knikker terugspringt, Een veerkracht van 70 % betekent dus dat tijdens de proef de knikker terugspringt tot 70 % van de beginhoogte en word bereikt bij een HR 55. Bij ons koudschuim, wat een HR waarde heeft van respectievelijk HR 55 en HR 65 is de veerkracht 60% en 70%.

De conformiteit
Het schuim moet het gewicht van een persoon kunnen dragen en op de zwaarste delen nog steeds veerkracht over hebben. Het koudschuim mag dus niet volledig plat worden, dit word het bottoming out effect genoemd. Met andere woorden: bij toenemende druk op het schuim mag men verwachten dat de uitgeoefende druk zo gelijkmatig mogelijk wordt opgevangen.
In de laboratoria van de schuim leverancier wordt deze waarde door de drukkracht gemeten. De waarde die nodig is om het schuim op 65 respectievelijk 25% van zijn oorspronkelijke hoogte samen te drukken is hierbij van belang. De verhouding tussen deze 2 indrukking krachten geeft de comfortindex. Hoe hoger deze comfortindex, hoe beter en gelijkmatiger het schuim het lichaam ondersteunt.

De duurzaamheid
Het is vanzelfsprekend dat de genoemde eigenschappen over een langere periode gelijk en bewaard moeten blijven ook bij intensief gebruik. Er zijn verschillende methodes ontwikkeld om dit te testen. Men spreekt over een statische vermoeiingstest wanneer het schuim gedurende een lange periode wordt belast en over een dynamische vermoeiingstest wanneer het schuim herhaaldelijk wordt ingedrukt.
Dit wordt bij onze schuimleverancier uitvoerig getest waardoor wij gegarandeerd schuimen leveren met lange duurzaamheids- en vermoeiingseigenschappen welke zeer geschikt zijn voor medische doeleinden.

Medisch gekwalificeerd schuim
Het belang van medisch gekwalificeerd schuim is voor een medisch matras groot aangezien hiermee een aantal belangrijke zaken gegarandeerd word.
Medisch gekwalificeerde schuimen en garanties zijn:

Een constante newton tegendruk
Een gegarandeerd ademend vermogen
Crib 5 brand vertragend schuim
Autoclaaf reinigbaar, 120 graden
Gegarandeerd evenredige veerkracht
Gegarandeerde hardheid/zachtheid, zonder tolerantie waarden
CE-label voor medische producten klasse 1. De matrassen zijn dus goedgekeurd volgens 93/42/EEG.
Öko-Tex Standaard 100 Productklasse 1

Voorkomen en of genezen van decubitus

Hoe kan men druk- en schuifkracht op de huid verminderen ?

Hoe minder de druk en de schuifkracht, hoe kleiner de kans dat de doorbloeding naar het weefsel wordt geremd. Het weefsel blijft hierdoor voldoende zuurstof krijgen en er ontstaat geen schade. Hoe groot de druk is, wordt onder andere bepaald door de grootte van het contactoppervlak met het lichaam. Met contact oppervlak wordt het oppervlak bedoeld waarop een patiënt steunt op de matras of het kussen. Hoe meer dit contact oppervlak verspreid wordt en dus hoe groter het contactoppervlak is, hoe meer de druk gespreid kan worden en hoe lager die druk per vierkante is. Ook de dikte en samendrukbaarheid van het lichaamsweefsel waarop gesteund wordt, bepaald onder andere in welke mate de druk in het weefsel gespreid kan worden. Er bestaat helaas geen minimum drukwaarde die gebruikt kan worden om na te gaan of een materiaal in staat is decubitus te voorkomen. De veelal gebruikte drempelwaarde van 32 mm Hg is niet correct. Bij het voorkomen van decubitus dient er voor gezorgd te worden dat de huid niet vochtig wordt. Verwissel bij incontinentie regelmatig het incontinentiemateriaal en gebruik zoveel mogelijk onderleggers met een snel drogend oppervlak. Bescherm de huid bij incontinentie met een speciale zalf of spray. Voorkom zoveel mogelijk wrijven en schuren van de huid (trekkrachten). Als iemand een droge huid heeft, behandel deze dan met een vette ongeparfumeerde crème..
De preventieve maatregelen en materialen die de druk en schuifkracht op het lichaam verminderen zijn: lichaamshoudingen, hielbeschermers/zwevende hielen, drukreducerende matrassen, drukreducerende kussens.

Liggende houdingen ter voorkoming van decubitus.
Gebruik in rugligging bij voorkeur een 30° semi-fowlerhouding
In een semi-fowlerhouding van 30° zijn de druk en schuifkrachten het laagst en het risico op decubitus dus het minst.

Hoe bereikt men een semi-fowlerhouding van 30°?
Bed: zet het hoofd- en voeteneinde 30° omhoog
Hoofd: zorg dat de nek ondersteund wordt
Arm: plaats de armen naast het lichaam, liefst ondersteund door kussen. Plaats de handen hoger dan elleboog, en de elleboog hoger dan schouder.
Been; plaats een groot kussen onder de onderbenen en zorg dat de hielen zweven. Laat deze dus niet ondersteunen
Voet: plaats de voeten in een hoek van 90° met kussen achter (onder) de voeten.

Lichaamshoudingen die decubitus kunnen helpen voorkomen?
De druk grootte wordt behalve door het lichaamsgewicht ook bepaald door de houding van de patiënt en door de hardheid van de onderlaag (matras).
Hoe groter het contactoppervlak is, hoe meer de druk kan gespreid worden en hoe lager die druk wordt. De dikte en samendrukbaarheid van het weefsel waarop gesteund wordt verschilt sterk van houding tot houding. De lichaamshouding bepaalt dus in belangrijke mate de mate waarin het weefsel vervormd wordt en dus de mate waarin de zuurstofvoorziening en de doorbloeding van het weefsel kan worden belemmerd.

Buikligging en decubitus.
De druk in buikligging is laag en ongeveer vergelijkbaar met de druk in semi-fowlerhouding. Om druk ter hoogte van de tenen te voorkomen kan ofwel het voeteneinde van het bed worden afgehaakt met de patiënt wat lager liggend en de voeten over de rand van de matras, ofwel kan een kussen worden gebruikt onder de onderbenen. Beide werkwijzen zorgen er voor dat de tenen drukvrij zijn en dat daar geen decubitus kan ontstaat.
Andere drukpunten worden belast: schouders, borst, bekken, knieën en evt. tenen en oren. Ze moeten dus geobserveerd worden.
Buikligging valt niet alleen te overwegen bij die patiënten die gewoon zijn in buikligging te slapen, maar ook bij die patiënten met decubitus ter hoogte van de drukpunten in rugligging. Het gebruik van een zachte matras is belangrijk vanuit oogpunt van comfort. Buikligging bij beademde en (sub-)comateuze patiënten is niet zonder risico en kan slechts onder streng gecontroleerde omstandigheden.

Decubitus en zijligging.
Gebruik in zijligging een 30° zijligging en zorg ervoor dat erop het heiligbeen geen druk is.
Het beste is het als een patiënt in de zijligging gepositioneerd wordt in een hoek van 30°. De patiënt wordt gedraaid in een hoek van 30° met de matras.
hoofd: ondersteun de nek in het verlengde van de wervelkolom.
Rug: ondersteun d.m.v een kussen vanaf de schouder tot het bekken liefst in een hoek van 30°.
Een belangrijk punt is dat de bilnaad niet steunt op het matras. Zorg dat de benen minimaal worden geplooid ter hoogte van de heup en de knie. Leg het bovenste been achter het onderste been met een flexie van 30° ter hoogte van de heup en 35° ter hoogte van de knie.
Arm: Zorg dat de armen lichtjes plooien met handpalm naar beneden. Zorg dat de hand hoger ligt dan de elleboog en de elleboog hoger dan schouder.

Het voorkomen van decubitus op de hielen.
Het gevaar van decubitus op de hielen is relatief groot bij belasting. De druk op de hielen kan snel hoge waarden aannemen, zelfs bij het gebruik van hulpmiddelen zoals drukreducerende matrassen is de kans op decubitus op de hielen groot. Decubitus van de hielen komt daar dan ook veel voor. Bij 25% tot 85% van de gerapporteerde decubitus komen dan ook voor op de hielen en/of de enkels. Zelfs bij jongere patiënten wordt decubitus op de hielen frequent vastgesteld.
Het veel optreden van hiel-decubitus ondanks het gebruik van drukreducerende matrassen is te verklaren door het feit dat deze matrassen onvoldoende het drukoppervlak ter hoogte van de hielen kunnen verdelen om de druk te verspreiden. Het contactoppervlak ter hoogte van de hiel is klein

Zorg voor zoveel mogelijk zwevende hielen

De techniek van ‘zwevende hielen’ voorkomt decubitus ter hoogte van de hielen.
De minste druk ter hoogte van de hielen wordt gemeten bij zogenaamde zwevende hielen. Hierbij wordt een normaal hoofdkussen onder de onderbenen geplaatst, van aan de knieholte tot aan de achillespees, waarbij de hiel opgetild wordt en niet langer op de matras ligt.
Drukreducerende matrassen of een alternerende matrassen kunnen vaak onvoldoende voor preventie van decubitus zorgen ter hoogte van de hielen. De druk op de hielen blijft te hoog aangezien de druk te beperkt gespreid kan worden. Om toch decubitus op de hielen te voorkomen werkt een (hoofd)kussen onder de kuiten van de patiënt vaak afdoende maar er moet voor gezorgd worden dat het kniegewricht zoveel mogelijk ondersteund wordt zodat er geen gewrichtsproblemen ontstaan ter hoogte van het kniegewricht. Door een handdoek op te rollen of een schapenvachtje onder de achillespees te plaatsen zorgt u voor een klein contactoppervlak waardoor toch decubitus van de achillespees kan optreden.
Indien de patiënt in een comateuze toestand verkeerd of langdurig immobiel is, moeten de hielen zoveel mogelijk opgetild worden van het onderliggende oppervlakte anders is het gevaar voor decubitus heel groot.

Zittende houdingen en decubitus
Patiënten die zitten in een stoel, worden bij voorkeur gepositioneerd in een achterover zittende houding met de benen liggend op een bankje en de hielen zwevend en dus drukvrij.
De zithouding die de laagste druk en dus het geringste decubitus risico met zich meebrengt is een achterover zittende houding met de benen steunend op een bankje maar belangrijk is het wel dat de hielen niet steunen op het bankje. Anders wordt de druk ter hoogte van de hielen groot en kan daar decubitus ontstaan.
Indien de zetel niet achterover gekanteld kan worden, is de beste houding een rechtopzittende houding met de voeten steunend op de grond.
De tijd die een patiënt zittend doorbrengt op een stoel kunt u het beste zo kort mogelijk houden. Waar de zitduur in een zetel al korter moet zijn dan in een lighouding, moet de zitduur op een stoel nog veel korter zijn.
Armleuningen kunnen helpen om de houding te stabiliseren.

Zorg ervoor dat zittende patiënten niet onderuitglijden. Controleer regelmatig de zithouding en corrigeer indien nodig tegen het schuinzakken en het onderuitglijden want hierdoor verminderd u trekkrachten.
Gebruik hiertegen positioneringkussens om de zittende houding te stabiliseren.
Gebruik bij voorkeur een stoel waarbij de zitting naar achter helt.

Wat voor drukreducerende matrassen kunnen helpen bij het voorkomen van decubitus?
Er bestaan in principe twee vormen van drukreducerende matrassen: dynamische en statische matrassen. Beide matrassen zorgen ervoor dat het drukoppervlak (het contactvlak tussen de patiënt en matras) te vergroten en zodoende de grootte van de druk en schuifkracht te minimaliseren.
Meestal worden Statische matrassen als drukreducerend hulpmiddel gebruikt bij de preventie van decubitus. Door de samenstelling van het materiaal in deze matrassen verandert de vormconsistentie van de matras ten gevolge van de druk die erop uitgeoefend wordt door het lichaamsoppervlak van de patiënt. Voorbeelden van dergelijke matrassen zijn: traagschuimmatrassen, watermatrassen en holle-vezelmatrassen.
Naast matrassen die rechtstreeks op het bedbodem worden gelegd bestaan er ook zogenaamde oplegmatrassen die bovenop een bestaand matras worden gelegd. De werking van deze dunnere traagschuim oplegmatrassen is zo goed als identiek aan een volledig traagschuim matrassen mits dit een veerkrachtig matras betreft.
In tegenstelling tot statische matrassen kunnen dynamische drukverspreidende matrassen door externe factoren zoals een luchtpomp van vorm wijzigen. De meest voorkomende dynamische drukspreidende matrassystemen zijn: de ‘air-fluidised’ matrassen en de ‘low air-loss’ bedsystemen.

Traagschuimmatrassen
De voordelen van Visco-elastisch traagschuim zijn in de medisch sector een aantal jaren bekend. Veel ziekenhuizen, brandwondencentra en verzorgingshuizen gebruiken traagschuim en met succes. De drukverlagende werking en de goede ventilatie in combinatie met de lange levensduur zijn belangrijke factoren voor de zorgsector. Visco-elastische matrassen oftewel traagschuimmatrassen bestaan uit een laag traagschuim met traag geheugen (’slow foam’ of ‘traagfoam’). Traagschuim zorgt ervoor dat de druk bij belasting niet de oorspronkelijke vorm wil behouden en dat het niet terug drukt, waardoor een betere drukverdeling wordt bereikt. Het effect is min of meer te vergelijken met zitten op een zak of ballon gevuld met zand: het zand kan zich herverdelen en een nieuwe vorm aannemen. Normale of klassieke schuimen pogen bij belasting wél hun oorspronkelijke vorm terug aan te nemen en geven dus tegendruk oftewel progressieve druk. Hier is het effect te vergelijken met het gaan zitten op een ballon gevuld met water: het water tracht de oorspronkelijke vorm terug aan te nemen.
Door warmte (lichaamstemperatuur van de patiënt) wordt het traagschuim soepeler en zachter dan de diepere ondersteunende lagen. De lichamelijke houding blijft goed bewaard (het bekken zakt niet dieper weg), wat een betere drukverdeling over het volledige lichaam tot gevolg heeft.
Kwalitatief goede visco-elastische matrassen (traagschuimmatrassen) blijken de druk wel 20% tot 30% beter te reduceren in vergelijking met niet-drukreducerende matrassen oftewel normale matrassen. Andere visco-elastische matrassen slagen hier in mindere mate in. Dit heeft voornamelijk met de densiteit te maken. De beste densiteit, als het om druk reductie gaat, is 50 Kg wat dan ook meestal medisch gebruikt wordt.
Naast de drukreducerende eigenschappen, zijn er nog een paar bijkomende zaken waarmee rekening gehouden moet worden bij de aanschaf van drukreducerende matrassen:
Traagschuimmatrassen zijn pas echt effectief indien er een goede elastische hoes gebruikt wordt. Het is dus niet alleen het matras maar ook de hoes is een belangrijk onderdeel van een goed druk reducerende matras.
Traagschuimmatrassen moeten zoveel mogelijk schuifkrachten vermijden omdat dit mede decubitus veroorzaakt. Een statische matras moet zich mee verplaatsen met het lichaam van de patiënt als deze van (lig)houding veranderd. Ook hierin speelt de matrashoes een belangrijke rol. Voor een goede anti decubitus werking is het belangrijk dat de matras hoes goed rekbaar is bi-stretch. Dit geldt ook voor strak gespannen lakens. Lakens behoren dan ook zeker niet te strak te zijn ingestopt, overigens zonder dat er plooien kunnen ontstaan die op zich weer voor lokale drukverhoging en dus decubitus zorgen. Statische matrassen oftewel traagschuim matrassen moeten comfortabel zijn voor de patiënt aangezien er in de regel veel tijd op doorgebracht wordt maar ook nog handelbaar voor het verplegend personeel. Een bijkomend voordeel van het gebruik van traagschuimmatrassen is dat dit type matras niet omgedraaid behoeft te worden. Oplegmatrassen verhogen het bed soms aanzienlijk, waardoor de patiënt minder gemakkelijk en minder veilig zelf in en uit bed kan komen maar verhogen wel het comfort.

Het bottoming-out-effect
Het bottoming out effect is het effect wat ontstaat als de patiënt niet langer ondersteund wordt door de matras, maar in plaatst daarvan steunt op het onderliggende oppervlak. Het schuim is dan juist op de zwaarste delen volledig plat gedrukt en heeft geen veerkracht meer over. Het ‘bottoming-out’ effect dient te allen tijde voorkomen te worden want dit werkt juist decubitus in de hand.

De relatief lage prijs en relatief lange levensduur van drukreducerende matrassen enerzijds en het comfort voor de patiënt anderzijds kunnen het interessant maken om dergelijke matrassen standaard te voorzien voor alle patiënten in een instelling. Dit zou niet alleen het comfort van de patiënt verhogen, maar zou ook het decubitus risico sterk verminderen bij de patiënt die nog beschikt over mobiliteit en dus zelf nog in staat is om zich op te heffen of om zich op het matras te om te draaien.

De statische drukreducerende matrassen (traagschuimmatrassen)verminderen niet in alle houdingen de druk op het lichaam maar het is wel de vraag of in zijligging een statische matras het contactoppervlak voldoende kan vergroten. Dit is wel het geval het de hardheid van het matas afgestemd is op de patient. Dus als er bijvoorbeeld een soft matras gebruikt wordt bij een licht persoon of een firm bij een zwaar persoon.

De drukreductie of druk reducerende eigenschappen van visco-elastische foammatrassen (traagschuim matrassen) is onvoldoende groot om als preventief middel bij risicopatiënten te gebruiken. Wisselhouding blijft noodzakelijk, zij het minder frequent (minstens om de 3,5 a 4 uur). Indien de patiënten geen wisselhouding (al of niet in combinatie met drukreducerende statische matrassen) kunnen krijgen, vormen de alternerende matrassen en de dynamische drukspreidende matrassen een zinvol en effectief alternatief.

Het aantal lagen tussen patiënt zoals lakens en matras-tijk verminderen het vermogen om drukverlagend te werken. Het aanspannen van deze lagen vermindert het drukreducerend effect van het matras. Het is belangrijk om het aantal lagen tussen de patiënt en het drukreducerend matras zo gering mogelijk te houden. Meerdere lagen tussen patiënt en matras doet de drukspreidende werking van een matras verloren gaan. De patiënt kan onvoldoende voegen in het matras. Het steunoppervlak wordt dan niet maximaal benut en dit vergroot de druk. Stevig ingestopte hoeslakens (al dan niet met klassieke ziekenhuishoeken) verhinderen dat de patiënt maximaal ondersteund wordt door het drukreducerende matras. Hierdoor wordt het steunoppervlak verkleind en dit vermindert het drukreducerende vermogen van de matras. Een (elastisch) hoeslaken kan dit enigszins voorkomen.

Dynamische matrassystemen zoals Air-fluidised bedden of Low-air-loss’ systemen bij decubitus

Air-fluidised bedden
De air-fluidised matrassen of bedden bestaan uit een kuip met een omhulsel en pompssysteem. Dit type ziekenhuismatras is samengesteld uit siliconenkorrels die bij elkaar gehouden wordt door een kunststofhoes. Door deze kunststof hoes wordt warme lucht (28° – 35°) wordt geblazen waardoor de siliconenkorrels zich als een vloeistof gaan gedragen. Hierdoor wordt het lichaam heel egaal gedragen door het matras, waardoor het contactoppervlak van het lichaam maximaal wordt. Deze drukverdeling is verantwoordelijk voor een daling van de grootte van de druk en schuifkracht op het weefsel. De hoes dient wel voldoende elastisch te zijn anders vermindert dit het drukreducerend vermogen van een air-fluidised bed drastisch .

Low-air-loss’ bedsystemen
Low-air-loss’ ziekenhuisbedsystemen bestaan uit een matras met een luchtpomp. Het Low-air-loss matras bestaat uit verschillende compartimenten omgeven door een voor lucht permeabele hoes. Door de compartimenten heen wordt continue een opgewarmde luchtstroom geblazen die het verlies van lucht door de hoes heen dient te compenseren. Door de luchtstroom continue aan te passen kan het matras harder of zachter gemaakt worden en kan de patiënt dieper of juist minder diep in de matras wegzakken. Het contactoppervlak wordt op deze manier vergroot en er treed een extra druk verspreidingseffect op dan met traagschuim matrassen. De elasticiteit van de hoes is bepalend voor de reducerende eigenschap van het systeem. De hoes is waterdicht maar permeabel voor lucht. Hoe elastischer de hoes is, hoe beter het drukreducerend vermogen van het matras is. Low-air-loss-bedden worden veelal gebruikt bij patiënten die in een halfzittende houding worden verpleegd.

Holle-vezelmatrassen tegen decubitus
Holle-vezelmatrassen hebben een te laag drukreducerend vermogen om als decubitus preventie systeem te worden ingezet.

Operatietafelmatrassen
Operatietafelmatrassen van traagschuim met een hoge densiteit fixeren de patiënt maar kunnen niet worden ingezet in het kader van decubitus preventie. Operatietafelmatrassen van gel kunnen ook niet worden aanbevolen in het kader van decubitus preventie. Gelmatrassen scoren onvoldoende om het drukoppervlak te vergroten en zodoende de druk te doen verminderen.

Watermatras tegen decubitus
Een watermatras heeft een duidelijk drukreducerend effect maar is zeer lastig voor het verplegend personeel. Een groot nadeel van waterbedden is dat houdingsveranderingen van de patiënt lastig worden. Het kost in de regel bij een waterbed veel inspanning om van houding te veranderen of door verplegend personeel van houding veranderd te worden. Dit verlengt de duur van im-mobilisatie en hierdoor neemt het risico op decubitus juist toe. Daarbij is het bijzonder moeilijk om iemand correct te positioneren in een zijligging 30°. Andere gekende nadelen van de watermatras zijn het gewicht van de matras en de afkoeling die veroorzaakt wordt.
Waterbed. Waterbedden kunnen hierdoor niet worden aanbevolen in het kader van decubitus preventie en zijn zeer onhandig voor het gebruik in een ziekenhuis of verzorgingshuis.

Oplegmatrassen
Oplegmatrassen zijn dunne matrassen die op een bestaand matras geplaatst kunnen worden om zodoende het bestaande matras zachter te maken en voor een betere gewichtsverspreideing te zorgen. Opleg matrassen die ingezet worden ter voorkoming van decubitus worden in de regel van visco elastisch materiaal (traagschuim) gemaakt.

Drukreducerende kussens bij preventie van decubitus
In een zithouding is de druk groot op het zitvlak. In een zittende houding is de druk veel hoger dan bij de zelfde persoon gemeten wordt in de verschillende lig houdingen. In het kader van algemene preventieve maatregelen moet hier zeker rekening mee gehouden worden en moet de aaneengesloten tijd in zithouding bij patiënten met een decubitus risico zoveel mogelijk beperkt worden.
Anti-decubituskussens kunnen de druk reduceren door het contactoppervlak te vergroten en zo het lichaamsgewicht over een groter oppervlak te spreiden. Een goed anti-decubituskussen moet als de aanwezige druk zo veel en gelijkmatig mogelijk verdelen over een zo groot mogelijk contactoppervlak (groter oppervlak dan wanneer geen kussen wordt gebruikt). Op deze wijze wordt het weefsel ter hoogte van de drukpunten zo min mogelijk.

Het is van belang dat het kussen stabiel is want dit is medebepalend voor de keuze van een anti-decubituskussen.
Op de hoogte van de zit-beenknobbels wordt een veel hogere druk gemeten in een schuingezakte houding of onderuitgezakte houding dan in een rechtopzittende houding. In een stabiele zithouding wordt de grootste drukreductie verkregen door de visco-elastische schuimkussens (traagschuimkussens). In een onderuitgezakte zithouding blijken de dikkere traagschuimkussens beter de druk te verspreiden en dus te reduceren dan bij andere kussens.

Bij het gebruik van een anti-decubituskussen kan de druk soms onvoldoende worden gereduceerd om decubitus echt te voorkomen. Het beste kan men het kussen combineren met wisselhoudingen. Deze wisselhouding zal met een veel hogere frequentie moeten gebeuren dan wanneer geen drukreducerend kussen gebruikt word.

Verschillende soorten kussens bij preventie van decubitus
Evenals bij decubitus preventie matrassen is er (nog) niet voldoende onderzoek beschikbaar om een beste keus van anti decubitus kussens te kunnen aanbevelen. De drukreducerende eigenschap van kussens is één van de belangrijke criteria bij de aankoop. Desondanks moet er bij de aankoop van kussens goed rekening gehouden worden dat alleen de drukreducerende eigenschap onvoldoende is ter preventie van decubitus. Rolstoelpatiënten wordt aangeraden op individuele basis zitkussens uit te zoeken. Zo is het aan te raden om per patiënt een drukmetingen te doen om de juiste keuze van het kussen te bepalen.
Houd rekening met de volgende punten bij de aanschaf van drukreducerende kussens:
Zitkussens moeten de stabiliteit van de patiënt garanderen en het onderuitzakken voorkomen. Onderuitzakken verkleind drukreducerende eigenschap van het materiaal.
Statische kussens zouden schuifkrachten moeten voorkomen. Het kussen zou zich mee moeten verplaatsen met het lichaam van de patiënt..
Statische kussens moeten het comfort voor de patiënt verhogen en het zogenaamde ‘bottoming-out’ effect zou absoluut niet mogen optreden.

Luchtkussen ter preventie van decubitus
Luchtkussens reduceren overdruk het sterkst zeker in vergelijking met gel-kussens, schuimkussens, waterkussen en schapenvachten. Dit geldt zowel voor rechtopzittende als onderuitgezakte zithouding.
Hoe dikker het luchtkussen hoe beter. Bij (te) dunne luchtkussens komt sneller een ‘bottoming-out’ effect dan bij dikkere luchtkussens. De patiënt zit er als het ware doorheen en wordt niet langer ondersteund door het kussen. De patiënt steunt op het onderliggende oppervlak in plaats van op het kussen.
Ook bij zitkussens is de elasticiteit van de hoes van belang. Als de hoes van het kussen niet of nauselijks rekbaar is kan dit de drukverdeling negatief beïnvloeden doordat er een trekspanning ontstaat. Zogenaamde ringkussens zijn ook meestal luchtkussens, maar verkleinen het contactoppervlak tot een kleine ring. Ringkussens zijn niet aan te raden ter preventie van decubitus en kunnen juist schade veroorzaken in plaats van voorkomen. Vaak veroorzaken ringkussens oedemen en juist een hoge druk langs de zijkanten. Kussens die het contactoppervlak verkleinen, wat meestal het geval is voor bij ringkussen, verhogen juist de druk en hierdoor het decubitus risico.

Schuimkussen ter preventie van decubitus
Er bestaan veel tegenstrijdigheden over het drukreducerend vermogen van schuimkussens. Er zijn zeker schuimkussens die effectief zijn en die druk doen afnemen, maar er zijn er ook die er niet voldoende in slagen. De betere visco-elastische foamkussens (traagschuimkussens) met een densiteit van rond de 50 kg behoren tot de beterere drukreducerende kussens.
Het drukreducerend vermogen van visco-elastische foamkussens (traagschuim) is bij zittende personen heel vergelijkbaar met dat van goede luchtkussens maar in een onderuitgezakte zithouding is het drukreducerend vermogen van de visco-elastische kussens weer minder goed dan van luchtkussens.
Bij foamkussen (traagschuim matrassen) moet de patiënt stabiel zitten en de zithouding moet regelmatig veranderd worden. Onderuitzakken moet zoveel mogelijk voorkomen worden.

Holle-vezelkussen ter preventie van decubitus
De drukverdeling van holle-vezelkussens is niet goed genoeg om decubitus te voorkomen.

Waterkussen ter preventie van decubitus
Waterkussen reduceren de druk in een stabiele rechtopzittende houding maarniet goed genoeg in een onderuit- of schuin gezakte zit houding. Stabiel zitten op een waterkussen is zo goed als onmogelijk en is dus niet aan te raden bij de preventie van decubitus. Ook kan een waterkussen zorgen voor te veel afkoeling en zelfs onderkoeling van de patiënt.

Gelkussen ter preventie van decubitus
Gelkussens worden regelmatig gebruikt als hulpmiddel bij de preventie van decubitus. Hoewel dit kussens in de praktijk vaak blijkt dat het drukreducerend vermogen niet voldoende is. Er zijn zelfs aanwijzingen dat sommige gelkussens de druk verhogen in plaats van doen afnemen.

Ringkussen ter preventie van decubitus
De meeste ringkussens zijn luchtkussens. Dit type kussen beperkt het contactoppervlak tot de ring. De meeste ringkussens kunnen juist schade veroorzaken in plaats van voorkomen. Zij veroorzaken oedemen en een hoge druk langs de zijkanten. Kussens waarbij het contactoppervlak verkleind wordt – wat het geval is voor een ringkussen – verhogen de druk en dus het decubitus risico.

Schapenvacht ter preventie van decubitus
Hoewel het gebruik van een schapenvacht sterk ingeburgerd is, zijn geen studies te vinden die dit gebruik rechtvaardigen. Het drukreducerend vermogen van zowel de synthetische als van de natuurlijke schapenvacht is onbestaande.

Beddengoed een het voorkomen van decubitus?
Te strak aangespannen of (te) losliggende lakens waardoor rimpel- en plooivorming kunnen optreden, te strakke hoeslakens waardoor een hangmateffect kan optreden, het rechttrekken van de lakens zonder de patiënt te draaien& , zijn allemaal factoren waardoor druk-, schuif- en/of wrijfkrachten ontstaan. Lakens mogen niet te strak zijn aangespannen gebruik geen ruwe en/of harde lakens let op rimpel- en plooivorming
Bij het gebruik van een hoeslaken mag geen hangmateffect optreden.
Bij gebruik van een dynamische anti decubitus voorziening (luchtmatras, low-air-loss-bed) raken lakens nog al eens verfrommeld tussen de luchtkussens. In deze gevallen is het belangrijk de patiënt te vragen te draaien, en om tijdens deze beweging de lakens weer recht te trekken. Worden de lakens zonder draaien van de patiënt rechtgetrokken, dan ontstaan grote wrijvingskrachten, met een verhoogd risico op decubitus. Een dekenboog heeft het voordeel dat het gewicht van de dekens geen extra druk geeft, maar geeft koude voeten en wordt daarom alleen aangeraden in die specifieke gevallen wanneer de dekens geen extra (boven)druk mogen geven. Zorg daarbij voor een voldoende (extra) verwarmde ruimte. Zorg voor een schone, gladde en droge onderlaag om op te zitten of te liggen.
Dat wil zeggen: probeer kreukels in de lakens en kleding en kruimels in bed zoveel mogelijk te voorkomen. Dit kan huidbeschadigingen geven.

Hoe kan men de duur van druk en schuifkracht verminderen
Hoe minder lang het weefsel onderhevig is aan druk en schuifkracht, hoe kleiner de kans dat decubitus ontstaat. Essentieel is dat het zuurstoftekort, niet te lang aanhoudt, anders treedt zondermeer schade op. Na hoe lang dit optreed hangt af van de mate van vermindering van de zuurstofaanvoer ter hoogte van de cel.
Preventieve mogelijkheden;
1) Wisselhoudingen
2) Alternerende systemen

Wisselhoudingen bij decubitus
Bedoeling is de duur van de druk en de schuifkracht te verminderen. Indien de houding voldoende frequent wordt gewijzigd en het zuurstoftekort ter hoogte van de weefsels dus niet te lang duurt, zal geen onomkeerbare weefselschade optreden en ontstaat er dus geen decubitus. Een wisselhouding betekent het regelmatig van houding veranderen waardoor alle punten waarop het lichaam steunt (de drukpunten) worden gewijzigd.
Wisselhouding is slechts zinvol indien dit stipt wordt toegepast, dag en nacht, zeven dagen op zeven. Het interval tussen de houdingsveranderingen mag nooit hoger zijn dan 4 uur indien een patiënt op een drukreducerende matras ligt en 2 uur indien dit niet het geval is.

Wisselhouding tijdens het liggen dient bij voorkeur om de 4 uur te gebeuren in combinatie met een drukreducerende matras.
Indien een patiënt op een drukreducerende matras ligt (de druk die minimum 20 à 30% lager ligt dan op een niet-druk reducerende matras), volstaat dat de patiënt om de 4 uur van houding wordt veranderd.

Indien geen drukreducerende matras gebruikt (kan) worden, dient wisselhouding om de 2 uur te gebeuren. Dit systematisch toepassen is echter moeilijk haalbaar.
Indien een patiënt op een niet-druk reducerende matras ligt, moet de wisselhouding om de 2 uur plaatsvinden. Deze preventieve methode vermindert het aantal decubitus letsels in belangrijke mate, maar is minder succesvol dan wisselhouding om de 4 uur in combinatie met een drukreducerende matras en is erg onpraktisch.
Indien de patiënt niet ligt op een drukreducerende matras heeft wisselhouding om de 3 uur of langer geen zin. Dan wordt beter gekozen voor andere preventieve maatregelen.

Wisselhouding tijdens het zitten dient te gebeuren met een hogere frequentie dan tijdens het liggen.
Wisselhouding dient ook te gebeuren tijdens het zitten met een hogere frequentie dan tijdens het liggen, bijvoorbeeld om het uur. Het gebruik van drukreducerende kussens zou, naar analogie met drukreducerende matrassen, moeten toelaten patiënten minder frequent wisselhouding te geven. Bij rolstoelpatiënten worden nog hogere frequenties aanbevolen. Bij wijze van wisselhouding een patiënt installeren in een zetel nadat hij een tijdje op een stoel heeft gezeten, heeft weinig zin omdat de drukpunten ongeveer dezelfde zijn.

Een wissel-houdingsschema moet zoveel mogelijk rugligging en zo weinig mogelijk zijligging inschakelen.
Wisselhouding moet gecombineerd worden met lichaamshoudingen waarin de druk zo laag mogelijk is (zie lichaamshoudingen). In een wissel-houdingsschema wordt best zoveel mogelijk rugligging ingebouwd en zo weinig mogelijk zijligging. De druk in zijligging is immers veel hoger dan in rugligging.
Een goed schema is: semi-fowler 30° – zijligging 30° links – semi-fowlerhouding 30° – zijligging 30° rechts en weer van voren af aan.

Systemen die onder de matras worden geplaatst om op een mechanische wijze de patiënt in zijligging te brengen, zijn niet aan te bevelen.
Het gebruik van kussens die geplaatst worden onder de matras en die afwisselend opgeblazen worden om op een mechanische wijze een patiënt wisselligging te geven, is niet aan te bevelen. Bij het opblazen van een kussen wordt een patiënt in gedeeltelijke zijligging gebracht. Tezelfdertijd ontstaat echter een grote schuifkracht doordat de patiënt wegglijdt naar de zijkant van het bed. Bovendien blijft het staartbeen op de matras steunen en wordt de verticale druk dus ook niet opgeheven. Het risico op decubitus blijft aanwezig en kan zelfs groter worden.

Alternerende systemen om decubitus te voorkomen
De bedoeling van alternerende systemen is de duur dat het weefsel belast wordt, te verminderen door alternerend verschillende drukpunten van het lichaam te belasten. Alternerende systemen bestaan uit twee afzonderlijk aan elkaar gekoppelde onderdelen, namelijk een pompsysteem en een opblaasbare matras bestaande uit verschillende cellen of compartimenten. Deze cellen/compartimenten worden afwisselend opgeblazen en leeg gedrukt. Als de ene serie van cellen/compartimenten maximaal is opgeblazen, is de andere serie van cellen/compartimenten volledig leeggedrukt. Op het moment dat een cel/compartiment maximaal is opgeblazen, is het weefsel dat steunt op deze cel/compartiment maximaal samengedrukt.
De frequentie waarbij deze cyclussen zich voordoen, is variabel en bepaalt de duur dat het weefsel ter hoogte van de drukpunten onderhevig is aan druk en schuifkracht. Er wordt naar gestreefd om de duur van deze periode zo kort mogelijk te houden, zodat de bloeddoorstroming zich tijdig kan herstellen zonder dat weefselschade door zuurstoftekort optreedt. Tijdens de perioden van maximale belasting en samendrukking van het weefsel wordt er eveneens naar gestreefd om deze druk zo laag mogelijk te houden.
De alternerende systemen kunnen van elkaar verschillen in werking van het pompsysteem, in de aanwezigheid van een ‘intelligent feedbacksysteem, in het aantal verschillende compartimenten, in het aantal lagen cellen en in de hoes van het matras.
Alternerende systemen waarbij de diameter van de cellen groter dan 10 cm is, worden als ‘grote cellen alternerende systemen’ omschreven. Systemen met cellen kleiner dan 10 cm worden omschreven als ‘kleine cellen alternerende systemen’. Alternerende systemen met grote cellen bleken het aantal nieuwe decubitus letsels beter te voorkomen dan systemen met kleine cellen.
Sommige alternerende systemen kunnen rechtstreeks op het bedframe geplaatst worden. Andere dienen bovenop de matras (oplegsystemen) gelegd te worden.
De alternerende systemen zijn effectiever in het voorkomen van nieuwe decubitus letsels dan de standaard ziekenhuismatrassen. Of alternerende systemen beter of minder goed decubitus voorkomen dan statische systemen is niet gekend.

Alternerende systemen zijn zinvol als decubitus preventie, maar slechts indien de systemen op een correcte wijze gebruikt worden en op regelmatige tijdstippen onderhouden worden.
Er is onvoldoende duidelijkheid om op basis van onderzoek een beste koop voorop te stellen. Er wordt aanbevolen om bij de aankoop van een dynamisch systeem bijzondere aandacht te besteden aan de factoren die mogelijk het drukreducerende vermogen van het systeem bepalen.
Volgende factoren blijken het drukreducerend vermogen te bepalen: pompsysteem: robuustheid, aanwezige software waarbij de gegenereerde druk aangepast wordt aan het lichaamsgewicht, tijdsduur van belasting, maximumdruk tijdens de belasting, grootte (diameter) van de cellen, samenstelling van de hoes, aanwezigheid van alarmsignalen bij defect/stoornis.

Risicopatiënten die geen wisselhouding kunnen krijgen, moeten op een alternerend systeem of op een dynamisch drukspreidend systeem (‘air-fluidised’ bedden, ‘low-air-loss’ bedden) worden gelegd.
Indien de patiënten geen wisselhouding (al of niet in combinatie met drukreducerende statische matrassen) kunnen krijgen, vormen de alternerende matrassen en de dynamische drukspreidende matrassen een zinvol en effectief alternatief.

Speelt de voeding een rol bij het optreden en bij het voorkomen van decubitus?

Over de rol van voeding en voedingstoestand in de preventie van decubitus bestaat veel verwarring.
In verschillende onderzoeken wordt een verband gevonden tussen slechte voedingstoestand (of hieraan gerelateerde factoren zoals de lichaamsbouw, lichaamsgewicht) en voedselinname enerzijds en het ontwikkelen van decubitus anderzijds. Patiënten met een slechte voedingstoestand hebben een verhoogd risico om decubitus te krijgen. Dit betekent niet dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen voedingstoestand of voedselinname en het ontstaan van decubitus. Dit verband is nooit aangetoond en er is ook geen theoretische basis om dit te veronderstellen. Of bepaalde vitaminen een rol spelen in de vorming van decubitus letsels is nog onvoldoende onderzocht.
Er is geen bewijs dat het verbeteren van de voeding of het geven van bijkomende voedingsproducten decubitus letsels zal voorkomen of het aantal letsels zal verminderen. Sondevoeding zou mogelijk wel een gunstig effect hebben op het voorkomen van decubitus. Anderzijds speelt de voeding wel een belangrijke rol bij het genezen van decubitus letsels (nood aan extra eiwitten, vitaminen, zink, enz.).
Ondanks het ontbreken van harde onderzoeksgegevens, wordt in de Nederlandse richtlijnen voor decubitus preventie aangeraden dat patiënten ter preventie van decubitus voeding met extra hoeveelheden energie en eiwitten zouden moeten krijgen. Gunstige effecten van speciale voedingssupplementen met spoorelementen, vitamines en aminozuren zijn niet bekend.

Welke preventiemethoden hebben weinig tot geen zin?

Voedingssupplementen
Voedingssupplementen kunnen belangrijk zijn bij de behandeling van oppervlakkige en vooral diepe decubitus letsels, maar kunnen niet beschouwd worden als preventieve maatregel.

Massage
Het geven van massage (frictioneren) ter preventie van decubitus is wijd en zijd verspreid en op traditie gebaseerd. Tal van producten worden daarbij gebruikt (zalven, crèmes, zeep, keuls water…). Hoe massage uitgevoerd moet worden (gaande van kneden over wrijven tot het maken van circulaire bewegingen met de vlakke hand) en hoe lang gemasseerd moet worden, is voorwerp van veel discussie.
Wetenschappelijk bestaat er echter geen enkel bewijs dat massage helpt om decubitus te voorkomen. Integendeel, er bestaan onderzoeken die aantonen dat het schadelijk kan zijn.
Het enige positief effect is dat de patiënten om massage te kunnen krijgen, gedraaid dienen te worden. Hierdoor krijgen ze (zij het in een veel te beperkte mate en in een foute lichaamshouding) wisselhouding.

Schapenvachten
Schapenvachten hebben geen drukverminderende werking en zijn dus niet zinvol in de preventie van decubitus. Als ze gelegd worden op drukreducerende materialen verminderen ze de werking van deze materialen. Haartjes klitten samen en vormen drukpunten. Plooien vormen eveneens plaatsen van verhoogde druk. Ze verhitten bovendien het weefsel.

‘Drukopheffende’ verbanden t.h.v. de hielen of ellebogen (bolsteren)
Deze voorkomen geen decubitus, maar dragen bij tot het ontstaan ervan. Het zogenaamde drukopheffend verband (watten met een zwachtel bevestigd rond de hiel of elleboog) verhoogt zelfs de druk in plaats van die te verminderen.
De hiel niet laten rusten op de onderlaag door een kussen onder de onderbenen te plaatsen (‘zwevende hielen’) is veruit de beste methode. Hetzelfde geldt voor de ellebogen. Door de ellebogen niet langer te laten steunen op de onderlaag wordt druk en dus decubitus voorkomen.

Ijsfrictie
Ook ijsfrictie is een niet aan te bevelen methode. Ijsfrictie veroorzaakt na afloop vaak vaatverwijding, die echter te kortstondig is om een positief resultaat te kunnen opleveren. De uiteindelijke doorbloeding verbetert niet en Ijsfrictie verhoogt de kans op maceratie (en openkrassen) van de huid.

Lokale warmte
Het gebruik van lokale warmte (bv. dmv een haardroger) moet eveneens als een niet effectieve preventieve maatregel worden gezien. Warmte doet de temperatuur van het bedreigde weefsel stijgen wat niet wenselijk is. Dit heeft een verhoogde zuurstofbehoefte van het weefsel tot gevolg en doet het risico op decubitus toenemen.

Eosine
Hoewel het nog frequent gebruikt wordt, is de preventieve werking ervan onbestaande. Doordat de huid wordt gekleurd, is observatie van niet-wegdrukbare roodheid zeer moeilijk tot niet te doen. Hierdoor kan niet op tijd worden gereageerd en zal het letsel frequenter evolueren naar een tweedegraads decubitus.

Verbanden
Polyurethaanfolies (doorzichtige wondfolies) hebben hun werking bewezen in de wond- en katheter zorg en kunnen zinvol zijn in het beperken van frictie (schaafkracht) en dus in het voorkomen van schaafwondjes, brandwondjes en incontinentieletsels. Bij de preventie van decubitus hebben deze folies geen zin. De druk wordt er niet door verlaagd, maar soms zelfs verhoogd door kreuken en opkrullende randen. Ook in het weefsel neemt de schuifkracht toe. Het weefsel wordt immers vervormd door de opgespannen folie. Bij het verwijderen kan de reeds fragiele huid worden beschadigd.
Allerlei verbandmaterialen (bijv. glycerineverbanden, hydrocolloïden) worden niet alleen gebruikt ter behandeling van decubitus – waarvoor ze ontwikkeld, getest en goed bevonden zijn – maar ten onrechte ook als preventief middel. Vaak belemmeren ze de observatie en geven ze een vals gevoel van veiligheid. Ten onrechte denkt men immers dat hiermee aan preventie wordt gedaan. Deze verbanden werken niet drukopheffend, hebben geen effect op de schuifkracht en verhogen de doorbloeding van het weefsel niet. Dergelijke verbanden hebben dan ook geen enkele preventieve werking.

Kinesitherapie
Er bestaat geen enkel bewijs dat kinesitherapie enig effect zou hebben op het voorkomen van decubitus.

Zijn er specifieke decubitus maatregelen te nemen voor dwarslaesiepatiënten?

Meestal ontstaan decubitus letsels in de beginperiode van de dwarslaesie als de patiënt langdurig in rugligging verzorgd (spoedgevallen, medische beeldvorming, operatiezaal, intensieve zorgen) wordt. Deze groep patiënten heeft problemen met immobiliteit ten gevolge van breuken, lage bloeddruk en verminderde voedingstoestand.
Het risico op decubitus blijft dan ook later nog bestaan. Deze patiënten zijn zowel in liggende als in zittende houding gedeeltelijk immobiel. Ze kunnen dus niet op eigen kracht bewegen om de duur van de druk te beperken. Ook spasticiteit en bewegingsbeperkingen van de gewrichten kunnen de houding en dus ook de druk en het decubitus risico beïnvloeden.
Ten gevolge van de aandoening treedt een sterke vermindering van gevoeligheid op. De pijnsignalen ten gevolge van langdurige druk op een zelfde plaats worden niet of verminderd doorgegeven door het zenuwstelsel aan de hersenen. De aandrang om van houding te veranderen of te vragen een andere houding te krijgen, vermindert daardoor.
Eveneens ten gevolge van de dwarslaesie kunnen contracturen en asymetrische houdingen de druk ter hoogte van de belaste drukpunten verhogen. De druk wordt niet meer zoals normaal gespreid.
Het snel optreden van spieratrofieën kan het risico op decubitus heel sterk beïnvloeden. De atrofie veroorzaakt een kleinere massa aan spieren en vetweefsel. Hierdoor wordt het drukoppervlak waar de patiënt op kan steunen sterk verkleind. In zithouding bijvoorbeeld komt het volledige zitgewicht (ca. 75% van het lichaamsgewicht) te rusten op een zitvlak met kleinere oppervlakte dan gewoonlijk. Tezelfdertijd wordt de mogelijkheid om de druk in het weefsel te spreiden, verminderd.
Er bestaat onduidelijkheid in de literatuur over de invloed van het niveau van het letsel met betrekking tot het risico op decubitus.

Maatregelen ter vermindering van de grootte van de druk;

Decubitus en lig houdingen
Indien de patiënt langdurig in rugligging moet gepositioneerd blijven, verdient de 30° semi-Fowlerhouding, waarbij zowel het hoofdeinde als het voeteinde 30° omhoog worden gebracht, de voorkeur.
Indien de patiënt opgezet moet worden voor de maaltijd, wordt best de rechtopzittende houding van 90° vermeden. Voor het nuttigen van de maaltijden wordt de patiënt best in een rechtopzittende houding van 60° gepositioneerd en wordt de tijd best beperkt tot de maaltijd zelf.
Mag de patiënt in andere houdingen gepositioneerd worden, dan wordt in zijligging bij voorkeur een zijligging 30° gehanteerd. Deze houding is comfortabel, kent lage contactdrukken en is eenvoudig uit te voeren door één zorgverlener.
De hielen kunnen gevrijwaard worden door eenvoudigweg een kussen onder de benen van de patiënt te leggen. Hierdoor komen de hielen vrij van de onderlaag en wordt de druk ter hoogte van de hielen herleid tot 0. Bij het gebruik van een hoofdkussen onder de kuiten van de patiënt moet ervoor gezorgd worden dat het kniegewricht voldoende ondersteund wordt zodat er geen letsels optreden ter hoogte van het gewricht. Bij patiënten met contracturen of bij patiënten die zeer lange tijd in zijligging liggen met geplooide kniegewrichten en die opzitten met geplooide kniegewrichten, wordt soms geopteerd om het kniegewricht toch niet te ondersteunen.
Bij dwarslaesiepatiënten is het gebruik van een drukverlagende of alternerende matras eerder een noodzaak dan een aanvullend hulpmiddel.
Indien de dwarslaesiepatiënten in een eerste fase geen wisselhouding kunnen krijgen ten gevolge van hun verminderde algemene toestand (hoog-risico patiënten), vormen de alternerende matrassen en de dynamische drukspreidende matrassen een zinvol hulpmiddel. Afhankelijk van de toestand, stabiel of juist instabiel, letsel kan een aangepast hulpmiddel aangeboden worden.
Zodra wisselhoudingen toegepast kunnen worden, kan een statische matrassen van nut zijn. De voorkeur gaat naar visco-elastische matrassen (traagschuim matrassen). De drukreductie is echter niet voldoende, waardoor wisselhouding bij deze risicopatiënten noodzakelijk blijft.
Bij het opmaken van matrassen/bedden moet het aantal lagen tussen de patiënt en het drukverlagende systeem zoveel mogelijk beperkt worden anders wordt de drukspreidende werking tenietgedaan.
Het gebruik van een bedgalg (papegaai) laat toe dat sommige dwarslaesiepatiënten zelfstandig van houding kunnen veranderen. In de revalidatieperiode worden hen ook technieken aangeleerd om zelfstandig te veranderen van houding en te zich verplaatsen.

Zithouding en decubitus
Dwarslaesiepatiënten brengen het grootste deel van de dag door in zithouding (in een rolstoel). In zithouding worden een hogere druk gemeten dan in de verschillende lighoudingen. Aandachtspunt bij zithoudingen is de stabiliteit die gegarandeerd moet kunnen worden. Het onderuitzakken of schuinzakken van de patiënt in zithouding doet de drukken ter hoogte van de belaste drukpunten sterk toenemen.
In een zetel kan dit vermeden worden door de patiënt te positioneren met de rugleuning lichtjes achterover en de onderbenen te laten rusten op een voetbankje waarbij de hielen drukvrij worden gehouden. De hielen komen te zweven en worden hierdoor drukvrij. Kan de rugleuning niet achterover geplaatst worden, dan wordt de patiënt best gepositioneerd in rechtopzittende houding met de voeten op de grond. Op deze wijze worden de drukken dan ook verminderd, niettegenstaande zij toch hoog blijven.
Ook in de rolstoel blijven stabiliteit en een goede positionering belangrijk. Om de stabiliteit in een rolstoel te bewerkstelligen kunnen de rugleuning en zitting achterover worden gekanteld en kan gebruik worden gemaakt van de armleuningen.
Een achterover gekantelde houding vergroot het steunoppervlak. Dit zorgt niet alleen voor een lagere druk en dus minder kans op decubitus, maar heeft eveneens een grotere stabiliteit als gevolg. Het teveel naar achteren kantelen van de rugleuning van een rolstoel brengt wel het gevaar met zich mee dat een patiënt naar voor buigt als hij de rolstoel voortbeweegt; wat aanleiding kan geven tot nekklachten.
Het gebruik van de armleuningen vermindert enigszins de druk en helpt de patiënt om zijn houding te stabiliseren. Het gebruik van armleuningen heeft ook een invloed op de gewichtsverdeling.
Vooroverbuigen leidt tot een drukvermindering. Bij de zorg om de dwarslaesiepatiënt kan de zorgverlener reeds door een eenvoudige interventie het vooroverbuigen van de patiënt bewerkstelligen. Hij of zij kan dit doen door in overleg met de patiënt bijv. een drinkbeker voor de patiënt te zetten. Indien de patiënt dan wil drinken, is hij genoodzaakt om voorover te buigen. Hierdoor worden de belaste drukpunten even ontlast.
Een drukverlagend kussen is bij dwarslaesiepatiënten in een rolstoel essentieel. Een individuele drukmeting zal mee kunnen bepalen welke soort kussen een effectieve drukreductie teweegbrengt. Bij patiënten met een instabiele houding worden dikke luchtkussens aangeraden. Bij onderuitzakken of schuinzakken werd met dit soort kussen een drukreductie bekomen in vergelijking met een standaard ziekenhuiszetel. Zeer dikke luchtkussens kunnen echter de stabiliteit van het zitten wat verminderen. Kan de patiënt zelf zijn stabiliteit verzekeren, dan kan geopteerd worden voor een individueel aangepast visco-elastisch traagschuimkussen.

Maatregelen gericht op vermindering van de duur van de druk

Lighouding
Van zodra de patiënt in de fysieke mogelijkheid verkeert om te draaien, wordt best een strikt schema van wisselhouding toegepast. Daarbij is een drukreducerende matras aangewezen. Dan kan de wisselhouding immers beperkt worden tot elke 4 uur. Zonder drukreducerende matras moet wisselhouding om de 2 uur gebeuren.
Bij het toepassen van de wisselhouding is het voor de zorgverlener belangrijk te weten dat hij de patiënt moet tillen en niet schuiven om bijkomende schuifkrachten te vermijden. Het gebruik van glijmatten kan echter schuifkracht voorkomen en dus ook de noodzaak van het tillen. Belangrijk is wel de glij-mat niet onder de patiënt te laten liggen omdat deze het drukreducerend effect van kussen of matras kan verminderen.

In zithouding
Aangezien in zithouding een veel hogere druk wordt waargenomen dan in lig houding, moeten preventieve maatregelen verscherpt worden bij zittende patiënten. Een hogere frequentie van wisselhouding is noodzakelijk. Patiënten die nog langdurig in bed moeten verblijven, kunnen in het kader van wisselhouding opgezet worden in een zetel. Indien zij in de onmogelijkheid zijn om zich zelfstandig te verplaatsen, kunnen zij best na één uur continue zithouding (in rolstoel of zetel met kussen) terug in een lighouding gepositioneerd worden.
Indien mogelijk moeten patiënten in zittende houding om de 15 minuten hun gewicht verplaatsen om de druk tijdelijk te veranderen op de belaste drukpunten. Hiervoor is natuurlijk niet alleen continue aandacht, maar ook heel wat spierkracht nodig. Bij patiënten die een beperkte zelfstandigheid hebben en die frequent gebruikmaken van de rolstoel, kan aangeraden worden om elk uur de drukpunten even te ontlasten door zich op te tillen.
Sommige (elektrische) rolstoelen laten toe om de rugleuning achterover te kantelen tot een meer liggende houding. Dit kan een alternatief zijn omdat andere drukpunten belast worden dan in zittende houding.

Wat zijn de specifieke maatregelen voor patiënten die thuis worden verpleegd?

Het voorkomen van drukletsels in de thuiszorg wordt extra bemoeilijkt door beperkingen van tijd, arbeidskrachten en omgeving.
Extra middelen, zoals speciale matrassen of bedden, moeten vaak volledig door de patiënt worden gefinancierd. Er zijn ook wel verzekeraars die het huren van matrassen vergoeden. Hierdoor kunnen sommige zinvolle materialen of toestellen niet of onvoldoende worden gebruikt. Nochtans zijn ze soms belangrijk of vereist om decubitus te kunnen voorkomen.
Het aanwenden van een aangepast bed, een geschikte stoel, een patiëntenlift enz. worden vaak bemoeilijkt door de kleine ruimte waarin de patiënt verblijft. Rekening houdend met deze beperkingen worden een aantal zinvolle preventieve maatregelen voorgesteld.

Motiveren
Het motiveren van de patiënt en de familie voor decubitus preventie is één van de pijlers van de decubitus preventie in een thuissituatie. De verpleegkundige is slechts een zeer beperkte tijd aanwezig bij de patiënt. De zorg voor de continuïteit en de last van de preventie liggen vooral op patiënt en familie.

Observeren van de huid
Het dagelijks observeren van de toestand van de huid ter hoogte van de drukpunten is heel belangrijk. Bij het optreden van niet-wegdrukbare roodheid dienen onmiddellijk preventieve maatregelen genomen te worden.
- Controleer 3 keer per dag de huid op blijvende roodheid en wondjes, hierbij kan een spiegel een handig hulpmiddel zijn.
- Let op bij de volgende signalen: pijn op steeds dezelfde plek van de huid, een rode plek op de huid die niet weggaat als u er op drukt, een blaar, ontvelling of wond op de huid.
- Bij patiënten die risico lopen op decubitus, is het belangrijk dat ook de verzorger leert om frequent de drukpunten te observeren en om bij het ontstaan van niet-wegdrukbare roodheid onmiddellijk de thuisverpleegkundige te informeren.
De verzorger moet, indien mogelijk, al starten met de patiënt in een andere lighouding te positioneren of wisselhouding toe te passen in afwachting van andere preventieve maatregelen die de verpleegkundige afspreekt. Indien dit niet mogelijk is, is een extra bezoek van de thuisverpleegkundige noodzakelijk, wacht hier niet mee!

Maatregelen om druk reductie te bewerkstelligen
De semi-Fowlerhouding, waarbij zowel het hoofdeinde als het voeteneinde van het bed 30° omhoog worden gebracht, is aanbevolen als een patiënt gedurende een langere tijd in eenzelfde houding blijft liggen (bijv. s nachts) .
Het plaatsen van een kussen onder de onderbenen zorgt ervoor dat de hielen drukvrij blijven.
Het gebruik van dekbedden vermindert het gewicht uitgeoefend op de voeten en dus het risico op hiel decubitus (tenzij natuurlijk de hielen niet steunen op de matras). Als de dekens stevig worden ingestopt, is de druk groter en neemt het risico toe. Ook het gebruik van een dekenboog (of ev. kartonnen doos) kan het gewicht van de dekens op de voeten verminderen.
Het gebruik van hoeslakens voorkomt dat stevig ingestopte lakens (klassieke ziekenhuishoeken) verhinderen dat de patiënt maximaal ondersteund wordt door een zachtere, drukreducerende matras. Anders wordt het steunoppervlak niet maximaal vergroot en vermindert het drukreducerende vermogen van de matras. Een hangmateffect kan de schuifkracht verhogen.
Belangrijk is het aantal lagen tussen patiënt en drukreducerend systeem zo gering mogelijk te houden. Meerdere lagen plaatsen tussen patiënt en matras doet de drukspreidende werking van een matras teniet. Een extra bedzeil, molton, steeklaken of schapenvacht worden dus best niet gebruikt.
Een bed met een bedgalg (papegaai) laat de patiënt toe om zelfstandig van houding te veranderen of mee te helpen bij het veranderen van houding. Het aanbrengen van een eenvoudige optrekbeugel – bijv. een zwachtel vastgebonden als teugel aan het voeteneinde of een touw met knopen – kan er ook toe bijdragen dat een patiënt zelfstandig van houding kan veranderen.
Opzitten gaat gepaard met een hogere druk dan een liggende houding. Het risico op decubitus neemt dus toe als een patiënt zit in de zetel of op een stoel. De laagste druk in zithouding wordt bekomen indien de patiënt in een achterovergekantelde zetel (de zogenaamde relaxfauteuil) zit met de onderbenen op een voetenbankje en de hielen niet ondersteund. In elk geval moet het onderuitglijden en het schuinzakken worden vermeden, want de maximumdruk in deze situaties is erg hoog. Het gebruik van een positionerings kussen (bijv. een boemerangvormig kussen) of hoofdkussens tussen patiënt en armleuningen helpt het schuinzakken voorkomen. Het gebruik van een voetenbankje vermindert het risico op het onderuitglijden.

Maatregelen gericht op reductie van duur van de druk
Bij het hoger opbrengen van een onderuit gegleden patiënt, is het risico groot dat er ter hoogte van het staartbeen wrijving wordt uitgeoefend op de huid en de onderliggende weefsels. Het weefsel wordt dubbelgevouwen of is onderhevig aan schuifkracht en dit zeker indien patiënten worden geschoven en niet getild. Het na het hoger opbrengen eventjes zijdelings kantelen of liften, kan ertoe bijdragen dat zowel huid als onderliggende weefsels niet langer onderhevig zijn aan schuifkracht. Ook het met een laken draaien of verplaatsen van patiënten kan tractie helpen voorkomen.

Bijkomende maatregelen
Wisselhouding is een zeer effectieve, maar ingrijpende vorm van preventie. De werklast die deze methode voor verzorgers met zich meebrengt, is groot omdat ook s nachts wisselhouding moet toegepast worden, anders is wisselhouding niet zinvol. Patiënten die geen of slechts in beperkte mate risico lopen en die geen decubitus tekenen vertonen, moeten geen wisselligging krijgen. Indien geopteerd wordt voor wisselhouding wordt dit best gecombineerd met het inschakelen van drukreducerende materialen. Het gebruik van een drukreducerende matras laat toe dat wisselligging niet langer om de 2 uur, maar om de 4 uur volstaat . Het gebruik van een drukreducerend kussen laat toe dat zittende patiënten minder frequent van houding moeten veranderen.
Het gebruik van correcte lighoudingen en zithoudingen (achteroverzittend met de benen op een bankje en de hielen niet steunend) is belangrijk. In bed moet zijligging 30° worden afgewisseld met rugligging (bij voorkeur 30° semi-Fowlerhouding). Wegens de hoge druk in zijligging is het risico op decubitus in zijligging groter dan in rugligging en moet de tijd die een patiënt doorbrengt in zijligging worden beperkt. De klassiek aangeleerde zijligging 90° is uit den boze en moet zeker worden vermeden.
Indien een verzorger nog bij de patiënt aanwezig is na de verpleegkundige avondzorg, kan de verpleegkundige de patiënt bij haar/zijn vertrek positioneren in een 30°-zijligging en de verzorger leren om de patiënt voor het slapengaan terug te draaien in semi-Fowlerhouding. Dit vergt voor de verzorger een minimale inspanning. Indien niet-wegdrukbare roodheid optreedt, moet de frequentie van wisselhouding worden opgedreven.
Visco-elastische matrassen (traagschuimmatrassen)zijn zinvol in de preventie van decubitus. Oplegmatrassen kunnen bovenop een bestaand matras worden gelegd en verhogen het comfort aanzienlijk. Wel wordt het matras hierdoor hoger wat de verzorgingmakkelijker kan maken, maar het zelfstandig en veilig in en uit bed komen kan hierdoor wat lastiger worden.
Bij zithoudingen kan het best een dik luchtkussen gebruikt worden.
Alternerende systemen zijn absoluut aan te raden in de thuiszorg. Wel zijn ze relatief duur in aankoop (of huur), maar hebben als voordeel dat de inspanning van personeel en patiënt van continue wisselhouding vermeden wordt.
Hoog-laagbedden waarvan het hoofdeinde en het voeteneinde 30° kunnen worden verhoogd, zijn belangrijk om de zorgverlening te vergemakkelijken en om patiënten in een correcte lighouding te kunnen installeren.
Qua kleding: draag gladde, niet knellende, soepele en schone kleding (Gebruik ondergoed met pijpjes, bijvoorbeeld een boxershort). Draag eventueel goed sluitende badstofsokken, deze voorkomen bij schuiven huidbeschadiging.
Een gladde onderlaag geeft minder kans op wondjes van de huid. Probeer vooral te voorkomen dat er kruimels in bed liggen.